Voor onderzoekers

ALLES WAT ONDERZOEKERS NODIG HEBBEN

Wat leuk dat je meedoet aan het rivierafvalonderzoek van Schone Rivieren! Hieronder staan een aantal handige pagina’s en documenten voor het uitvoeren van het onderzoek.

  • Download hier de Handleiding voor rivierafvalonderzoekers
  • Download hier de Turflijst die je nodig hebt voor het onderzoek
  • Download hier de Fotogids met daarin foto’s van moeilijk herkenbare items
  • Download hier de Routekaart vervuiling voor als je een (zwaar) vervuilde plek hebt ontdekt
  • Download hier de GeoWeb-handleiding ‘kaartlagen verwijderen’
  • Open hier GeoWeb
  • Stuur hier je monitoringsfoto’s op via WeTransfer
Voer hier je onderzoeksgegevens in

Test je kennis

Wil je graag nog een keer oefenen met het categoriseren van afvalitems? Dat kan! Doe dan de Schone Rivieren quiz:

Doe de Schone Rivieren Quiz

 

Voor vrijwilligers: vertel jouw Schone Rivieren-verhaal

Speciaal voor vrijwilligers hebben we ook een aantal documenten gemaakt die helpen bij het vertellen van jouw Schone Rivieren-verhaal:

  • Bekijk hier de filmtips voor het opnemen van jouw Schone Rivieren-verhaal
  • Bekijk hieronder de video met tips voor het vertellen van jouw verhaal

FAQ voor onderzoekers

  • Waar kan ik de resultaten van het rivierafvalonderzoek vinden?
    Je kunt de factsheets en resultaten van het onderzoek hier vinden. Na elke monitoringperiode worden de resultaten gedeeld tijdens de terugkombijeenkomsten voor onderzoekers. Daarna worden de resultaten verwerkt in rapportages en factsheets.  
  • Wat zijn de meest gevonden afvalitems?
    De top 5 aan meest gevonden afvalitems zijn ondefinieerbare stukken plastic en piepschuim, snoep-, snack-, en chipsverpakkingen en lollystokjes, plastic drankverpakkingen (flessen, wikkels en doppen), plastic voedselverpakkingen en wattenstaafjes. Nurdles, plastic korrels waar plastic producten van gemaakt worden, worden veelvuldig gevonden. Op 43% van de meetlocaties zijn ze aangetroffen. 
  • Waar vind ik de data van mijn onderzoeksgebied? Kan ik individuele gegevens verkrijgen? 
    Alle onderzoeksdata wordt opgeslagen in de Schone Rivieren-database. Deze gegevens worden gecontroleerd en gevalideerd. Wij stellen de gegevens (nu nog) niet beschikbaar voor lokale lobby, omdat de interpretatie van de data gevoelig kan liggen. We willen voorkomen dat individuele metingen op een verkeerde manier geïnterpreteerd kunnen worden of dat belangrijke gegevens worden weggelaten. Op dit moment kunnen gegevens van individuele onderzoeksgebieden daarom niet apart worden opgevraagd. Wel kun je natuurlijk altijd een verzoek doen via info@schonerivieren.org en kunnen we je advies geven. 
  • Ik wil een ander onderzoeksgebied, kan dat? 
    Dit is afhankelijk van de reden en van de beschikbaarheid van andere onderzoeksgebieden. Wanneer het logistiek gezien (een verhuizing, kortere reistijd) een betere optie is om een ander gebied te onderzoeken, willen wij uiteraard kijken of het mogelijk is. 
  • Wat doe ik met grote stukken afval die ik niet mee kan nemen? 
    Grote stukken afval die niet te vervoeren zijn, kun je laten ophalen door de gemeente waarin het onderzoeksgebied zich bevindt. Je kunt de gemeente hierover bellen of de Buiten Beter app gebruiken voor de melding. 
  • Hoe wordt een nieuw onderzoeksgebied gekozen? 
    Bij het vaststellen van nieuwe onderzoeksgebieden houden wij rekening met een aantal criteria. Zo wordt er gekeken naar de (oever)eigenschappen van de rivier. Deze eigenschappen bepalen voor een groot deel of de onderzoeksmethode kan worden toegepast of niet. Bijvoorbeeld: is er een strandje aanwezig? Ook zorgen we ervoor dat de onderzoeksgebieden goed verspreid zijn van elkaar. Tot slot moeten de gebieden ook toegankelijk zijn voor de rivierafvalonderzoekers. 
  • Ik vind geen/weinig afval in mijn onderzoeksgebied, heeft het wel zin om de monitoring uit te voeren? 
    Ook als er weinig afval in een onderzoeksgebied ligt is het waardevol om dit te weten. Met deze gegevens kunnen we een goed beeld te krijgen van de verschillen tussen de verschillende onderzoeksgebieden langs de rivier. Dit geeft ons inzicht in spreiding van afval in rivieren. 
  • Ik vind zoveel nurdles (plastic korrels), stukjes piepschuim of en/of plastic dat ik ze niet kan tellen. Mag ik een schatting maken? 
    Het is begrijpelijk dat er in sommige gevallen (helaas) grote hoeveelheden nurdles (plastic korrels), stukjes piepschuim en/of stukjes plastic worden aangetroffen die niet te tellen zijn. Wij gaan ervan uit dat het tellen van een paar honderd plastic korrels en/of stukjes piepschuim/plastic niet heel veel tijd in beslag neemt. Mochten het er veel meer zijn dan een paar honderd, dan kunnen de korrels/ stukjes met een vuistregel geschat worden. We gebruiken hier als voorbeeld het schatten van het aantal nurdles (plastic korrels). Deze vuistregel kun je ook toepassen voor stukjes piepschuim en/of stukjes plastic als deze ongeveer dezelfde grootte hebben. Verdeel de  plastic korrels in bijvoorbeeld tien even grote handjes (of bergjes). Tel alle korrels in één van de handjes, en vermenigvuldig de uitkomst met het totaal aan handjes. Op deze manier heb je een goed onderbouwde schatting gemaakt van het grote aantal plastic korrels. Noteer altijd onder ‘Bijzonderheden dat er een schatting is gemaakt met toepassing van de vuistregel. 
  • De begroeiing is te hoog, kan ik wel onderzoeken? 
    Wanneer er begroeiing aanwezig is in het onderzoeksgebied, is het de bedoeling ook tussen de begroeiing afval te verzamelen. Wanneer de begroeiing zo hoog is dat het onbegaanbaar is, dan is het begrijpelijk dat de monitoring niet kan worden uitgevoerd. Geef in dat geval bij het invoeren van de gegevens aan dat het niet mogelijk was de monitoring uit te voeren en vermeld bij het veld ‘Bijzonderheden’ dat er te veel begroeiing aanwezig was waardoor het uitvoeren van de meting onmogelijk was. 
  • De waterstanden staan te hoog, kan ik wel onderzoeken? 
    Wanneer de waterstanden het toelaten en er nog een stuk oever overblijft om te onderzoeken, kan de meting gewoon uitgevoerd worden. Natuurlijk is het nadrukkelijk niet de bedoeling jezelf in gevaarlijke situaties te begeven. Mocht het water extreem hoog staan en er geen rivieroever meer zichtbaar zijn, voer de meting dan online in en geef aan dat het niet mogelijk was de monitoring uit te voeren. Bij het veld ‘Bijzonderheden’ kun je dan invullen dat het water te hoog staat. Als je de mogelijkheid hebt, voer dan het onderzoek later in de onderzoeksperiode (15 feb – 15 maart of 15 okt – 15 nov) uit.
  • Mijn onderzoeksgebied is moeilijk te bereiken. Het is bijvoorbeeld afgesloten met hekken, slecht te belopen door basaltblokken en/of heeft een zeer steile oever. Is het de bedoeling dat ik hier blijf onderzoeken? 
    Het is uiteraard niet de bedoeling gevaar te lopen bij de monitoring, dus neem geen onnodige risico’s. Mocht het niet mogelijk zijn om het gebied te bereiken, neem dan contact met ons op via info@schonerivieren.org. Dan kunnen we kijken of er mogelijkheden zijn om een ander gebied te onderzoeken.